UA-69269769-1

Consultatie, onderwijs en bij- en nascholing in de filosofie en ethiek van de zorg, geneeskunde en psychiatrie

Welkom op de website van Amedea


Op deze startpagina post ik -ter leering ende vermaeck- kritische aantekeningen bij actuele en minder actuele gebeurtenissen, publicaties of debatten die betrekking hebben op ethiek, filosofie, zorg en/of psychiatrie. Reacties welkom! Kijkt u vooral ook verder op de site, bij het aanbod bijvoorbeeld of de thema's.  


12.05.2016

De storm in de psychiatrie woedt voort

Bespreking van: 
Het Einsteinmeisje
Philip Sington

Vlak voor de opmars van Hitler, jaren dertig van de vorige eeuw, wordt er een meisje gevonden, in een bos, naakt en in de war, met alleen een folder van een lezing van Einstein bij zich. Ze wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek, waar psychiater Martin Kirsch wil uitzoeken wie zij is en wat er aan de hand is. Het is een spannend boek, want wat er nu precies aan de hand is wordt maar stukje bij beetje duidelijk. Maar wat de roman bijzonder aantrekkelijk maakt is dat het speelt in de psychiatrie van een kleine eeuw geleden. Een tijd waarin er veel gaande was in dat nog nieuwe vakgebied. 

Een fragment:“Kirsch had gemerkt dat de definitie van de meest voorkomende psychoses niet altijd en overal hetzelfde waren. Voor de grote Emil Kraeplin was schizofrenie of dementia praecox een ziekte die het intellect aantastte, het vermogen om logisch te denken. De vooraanstaande Zwitserse psychiater Eugen Bleuler was er van overtuigd dat het een cognitief en emotioneel probleem was, terwijl Kurt Schneider, een tijdgenoot wiens werk alom werd bewonderd, van mening was dat het een stoornis was die hallucinaties en waanbeelden teweeg bracht - een op hol geslagen fantasie. Zelfs als student had Kirsch deze verschillen opgemerkt. Als arts kwam hij vaak net zulke opvallende inconsistenties in de psychiatrische dossiers van zijn patiënten tegen.”

Vervangt u Kraeplin, Bleuler en Schneider door Van Os, Kahn en Denys, en husselt u wat met ‘cognitief’, ‘emotioneel’, ‘logisch denken’, ‘hallucinaties en waanbeelden’ en u merkt: er is niet veel veranderd al die tijd. Als psychiater kom ik vaak net zulke opvallende inconsistenties in de psychiatrische dossiers van mijn patiënten tegen. 

In het boek benut Kirsch zijn waarnemingen en schrijft hij er een artikel in de Annalen der Psychiatrie over, 1932, want zoals hij verwachtte “spraken de diagnoses elkaar vaak tegen, zelf als ze door de meest vooraanstaande artsen waren gesteld”. Ik ben gaan zoeken naar het artikel, maar helaas hoort het tot het fictieve deel van het boek. Er zijn echter ook veel historische feiten verwerkt. Zo wordt de insuline-coma-procedure uit de doeken gedaan, destijds goed voor psychoses, dissociaties en wat dies meer zij. De dwang- en drangtoepassing van toen wordt angstaanjagend goed geïllustreerd. En ook het gebrek aan werkzame medicatie en de gewoonten in sanatoria worden beelden besproken. 

Over Freud werd wat gegniffeld, misschien wel net zo als dan nu nog steeds gebeurd: “De nadruk op de jeugd is heel overtuigend. Maar zijn geseksualiseerde gezinsmodel is doctrinair”. “Dat soort “geloof” is allemaal heel leuk en aardig als je cliënten je vijftig frank per uur betalen, maar in een ziekenhuis als dit levert het alleen maar problemen op (…) Mensen zijn niet gediend van vragen over hun seksuele driften, vooral niet als hun moeder erbij wordt gehaald.” De psychotherapie is inmiddels enorm geëvolueerd, maar de tweedeling psychotherapie versus klinische psychiatrie, waarbij dat eerste niet en dat tweede wel vergoed wordt, lijkt alweer aan de orde van de dag. Misschien niet geheel onterecht, al heb ik niet het idee dat zorgverzekeraars of de minister de ervaringen uit het verleden in hun beleid betrekken. 

Iets wat ook nog steeds actueel is, is het volgende. “Tot we krankzinnigheid een ziekte gingen noemen en daarmee aangaven dat ze –in elk geval in beginsel– behandeld kon worden, werden de meeste lijders simpelweg als schandelijke geheimen achter slot en grendel gehouden. (…) Op ziekte rust niet zo’n stigma. De geneeskunde, hoe rudimentair ook, biedt in elk geval hoop.” Ook nu lijken labels vooral lucht te geven: ADHD, depressie; als je leven niet zo lekker loopt, lijkt het soms stigmatiserender om het niet te hebben in plaats van wel. 

Het Einsteinmeisje is een aangename roman, en extra leuk omdat het een inkijkje biedt in ouderwetse psychiatrie - ouderwetse psychiatrie die zo ouderwets niet is, vrees ik.

Andrea Ruissen - 12:09 @ romans en films